Werkprogramma Europese Commissie 2021 – Versneld op weg naar een verhoogd 2030-doel?

De Europese Green Deal is planmatig op stoom. Vorige week werden de EU Renovation Wave en de Chemicals Strategy for Sustainability toegevoegd aan een groeiende lijst strategieën die invulling moet geven aan het doel van de EU om het eerste klimaatneutrale continent te zijn in 2050. Triloogonderhandelingen (onderhandelingen tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de EU waarin overeenstemming gezocht wordt over nieuwe wetgeving) over de Europese Klimaatwet, die de doelstellingen van de Green Deal vast moet leggen, bevinden zich in de eindfase. Maar terwijl de trein langzaam maar gestaag begint te rijden, wordt ook al voorgesorteerd op een hogere snelheid. In december moet de Europese Raad akkoord gaan met een verhoging van het 2030 emissie-reductiedoel naar ten minste 55%, waar het Europees Parlement haar onderhandelingsinzet al heeft vastgesteld op 60%. De recent gepubliceerde strategieën lijken daarmee nu al achterhaald. Zij zijn immers geschreven in een tijd waarin de EU 2030-doelstelling op 40% lag. De uitdaging voor de Europese Commissie in het komende jaar is daarmee uitvoering van de gepresenteerde strategieën zonder dat aan snelheid wordt ingeboet door het inregelen van het hogere CO2-reductiedoel.

De EU-strategieën zijn vaak niet zo gedetailleerd geformuleerd dat daarmee vaststaat hoe ambities precies juridisch-technisch vorm gaan krijgen. Dit biedt een kans voor de Europese Commissie, omdat een versnelling voor het halen van een verhoogd 2030-doel hierdoor vaak kan worden meegenomen in al geplande herzieningen van wetgeving. Zo wordt in de Chemicals Strategy voor Sustainability gesproken over een “versterking” van de REACH-verordening om de klimaatvoetafdruk van chemicaliën te minimaliseren. Kwantitatieve doelen, of specifieke instrumenten voor het bereiken hiervan komen niet in de strategie naar voren. Alleen de industriestrategie zal in het tweede kwartaal van 2021 volledig herzien worden. Dubbel werk blijft dus beperkt.

In het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2021 worden alle initiatieven van de Commissie voor het komende jaar aangekondigd. Het zwaartepunt van de planning voor de Green Deal ligt daarin in juni. Hoekstenen van het Europees klimaat- en energiebeleid zoals de Renewable Energy Directive, Energy Taxation Directive en Energy Efficiency Directive moeten in juni worden herzien. Plannen uit (niet juridisch bindende) strategieën worden tijdens deze herzieningen uitgewerkt in wetgeving en krijgen juridische waarde. In eerste instantie dienden herzieningen ertoe om invulling te geven aan plannen en ambities uit strategieën onder de Green Deal.  Inmiddels moeten ze ook gezien worden als het moment waarop de Europese Green Deal op snelheid moet worden gebracht voor het behalen van de 2030 doelstellingen. Zo moet de herziening van het Emission Trading System nu niet alleen maar leiden tot een mogelijke uitbreiding van het ETS naar nieuwe sectoren als de gebouwde omgeving en het transport, maar moet ook extra gekeken worden naar een aangescherpt afbouwpad van het aantal emissierechten en van het aantal gratis verstrekte emissierechten. De herzieningen van de Energy Efficiency Directive en de Energy Performance of Buildings Directive in het kader van de Renovation Wave moeten optellen tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door gebouwen met 60%, vermindering van eindenergieverbruik met 14% en vermindering van het energieverbruik voor verwarming en koeling met 18% in 2030. Om dit te bereiken zal de Commissie bijvoorbeeld het toepassingsgebied van de energie-efficiëntievereisten voor Rijksvastgoed uitbreiden tot alle overheidsniveaus en de jaarlijkse renovatieverplichting voor Rijksvastgoed verhogen als onderdeel van de herziening van de EED. Om een verhoogd 2030 doel te halen zal de jaarlijkse renovatieverplichting sneller verhoogd moeten worden.

Bestaande knoppen moeten dus harder aangedraaid worden om het hogere 2030-doel te halen. Met nieuwe beleidsknoppen moet direct hoog worden ingezet op het behalen van het gewenste tempo, hoewel ze soms op principieel niveau al controversieel zijn. Hierdoor krijgen discussies naast een principiële dimensie (welke knoppen willen we gebruiken?) ook een draagkracht-dimensie (hoe zou de knop gebruikt moeten worden?). Als het gemiddeld energielabel van bestaande bouw bijvoorbeeld laag is in een bepaalde lidstaat, is een versneld gefaseerde invoering van verplichte minimale energieprestatienormen in de bestaande bouw lastig te accepteren voor deze lidstaat. Verhoging van het 2030 doel zal dus leiden tot politiek laveerwerk na juni 2021.

Een verdere discussie die kan worden aangewakkerd door een hoger 2030-doel betreft een keuze tussen “low-hanging fruit” – snelle CO2-winst – en meer ingrijpende systeemkeuzen, die wellicht langer nodig hebben om tot wasdom te komen, maar uiteindelijk leiden tot een duurzamer integraal systeem.  Deze discussie vond op Nederlandse schaal al plaats toen de Europese Commissie bezwaar maakte tegen subsidiëring van waterstof uit elektrolyse vanuit de SDE++-regeling. Inzet op korte-termijn CO2-winst kan systeemkeuzes in de weg staan. Met een verhoogd 2030-doel kunnen korte-termijn keuzes “noodzakelijker” worden.

Een verhoogd 2030-doel hoeft dus over het algemeen niet te leiden tot dubbel werk. Alleen de industriestrategie zal op de schop gaan. Wel kan een verhoging van het doel zorgen voor hevigere politieke discussies over reeds geplande wetsherzieningen. Niet alleen krijgen sceptische lidstaten meer reden om bepaalde beleidsopties te bevechten, maar ook zal overwogen moeten worden hoe snelle CO2-winst en lange termijn systeemkeuzes kunnen worden verenigd. Of deze discussies de aanname van wetsherzieningen, en daarmee de implementatie van de Green Deal, vertragen, zal blijken in juni 2021.

Search