Actualiteiten / Politiek

27 juni 2022

Parlementaire enquête gaswinning Groningen

Vandaag gaan de openbare verhoren van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen van start. De eerste ronde verhoren zal een week duren en de tweede verhoorperiode vindt plaats tussen maandag 29 augustus en vrijdag 14 oktober. De openbare verhoren beginnen ruim drie jaar nadat de Tweede Kamer in 2019 per motie besloot een parlementaire enquête te organiseren.

Een zwaar middel
De parlementaire enquête is het zwaarste onderzoeksinstrument dat de Tweede Kamer tot haar beschikking heeft en maakt het mogelijk om uitgebreid onderzoek te doen, documenten op te vragen en betrokkenen onder ede te horen. Nederlanders die voor de verhoren door de commissie worden opgeroepen, zijn verplicht te verschijnen. Het middel is relatief zeldzaam; in totaal zijn er in de parlementaire geschiedenis sinds 1852 in totaal 21 geweest. Bekende onderwerpen waarover parlementaire enquêtes zijn gehouden, zijn bijvoorbeeld Srebrenica (2002), de Bijlmerramp (1998-1999) en het regeringsbeleid tijdens de Tweede Wereldoorlog (1947-1956). De laatste keer dat een grootschalige parlementaire enquête werd gehouden, was in 2013 over de Fyra-treinverbinding tussen Nederland en België.

 

Sinds 2016 is het voor de Tweede Kamer ook mogelijk om onder ede mensen te verhoren zonder een volledige parlementaire enquête te organiseren. Zo’n kortdurend onderzoek wordt een parlementaire ondervraging genoemd. De recente verhoren over de kinderopvangtoeslagfraude is een voorbeeld van zo’n ‘mini-enquête’. Tom van der Lee, initiator van de parlementaire enquête over de gaswinning in Groningen en voorzitter van de commissie, was ook lid van de ondervragingscommissie die de toeslagenaffaire onderzocht.

 

Het onderzoek
De commissie omschrijft het doel van haar onderzoek zelf als volgt: “Het doel van deze enquêtecommissie is waarheidsvinding en het verkrijgen van verklarend inzicht in de besluitvorming over de aardgaswinning, de schadeafhandeling en de versterking in Groningen. Dit maakt het mogelijk te komen tot oordeelsvorming over de gehele periode en lessen te trekken, om daarmee bij te dragen aan toekomstperspectief voor Groningen en de ontwikkeling van toekomstig beleid.”

 

De parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen werd geïnstalleerd op 9 februari 2021 en doet sindsdien onderzoek naar de besluitvorming over de aardgasproductie, schadeafhandeling en versterking. De Tweede Kamer heeft al op 5 maart 2019 met algemene stemmen de motie-Van der Lee c.s. aangenomen, die vraagt om een parlementaire enquête naar de aardgaswinning in Groningen. Destijds is afgesproken dat de voorbereidingen hiervan pas zullen starten op het moment dat zowel de schade-afhandeling als het versterkingsproces op de rails staan. Hoewel de aanpak van de overheid niet onomstreden was, was dit in september 2020 het geval en is de tijdelijke commissie aardgaswinning Groningen opgericht. Deze commissie had als opdracht om de Kamer een voorstel te doen voor de onderzoeksopzet. Het onderzoeksvoorstel is op 4 februari 2021 aan de Kamer aangeboden. De centrale vraag van het onderzoek luidt: “Hoe is de besluitvorming over de aardgaswinning in Groningen, de schadeafhandeling en de versterking op cruciale momenten verlopen, welke effecten had dit, welke belangen en afwegingen speelden een rol en hoe is hierbij omgegaan met de belangen van de Groningers?”

 

De enquêtecommissie is direct na de installatie begonnen met het vorderen van schriftelijke inlichtingen en documenten bij betrokken organisaties. Op basis daarvan heeft zij uitvoerig feiten- en dossieronderzoek gedaan. Voorzitter Van der Lee zei hierover het volgende: “We hebben ons breed en intensief verdiept in de problematiek. Er zijn ruim 600.000 stukken binnengekomen van de 27 organisaties waar we vorderingen naar stuurden: ministeries, oliemaatschappijen, regionale overheden en betrokken kennis- en toezichtsinstellingen. Ook zijn we in Groningen op werkbezoek geweest en hoorden we van 25 bewoners aan de keukentafel hoe de gevolgen van de aardgaswinning hun leven is gaan beheersen.”

 

De openbare verhoren zijn het meest zichtbare deel van de parlementaire enquête, maar vormt slechts een deel van het werk van de enquêtecommissie. Naast het lezen van stukken en het bezoek aan Groningen zijn er in de maanden januari, februari en maart 2022 124 gesloten voorgesprekken gevoerd. Deze gesprekken werden gevoerd om extra informatie in te winnen en eerste bevindingen te toetsen. De keuze wie in het openbaar aan de tand gevoeld moet worden, is op twee overwegingen gebaseerd: het krijgen van antwoorden op nog openstaande vragen en het bieden van inzicht in de problematiek.

 

Veelomvattend
De taak van de commissie in deze enquête is veelomvattend en de periode waar onderzoek naar wordt gedaan bestrijkt ruim zestig jaar. Het onderzoek start op het moment dat voor het eerst aardgas werd gevonden in Groningen: 1959 en wordt opgesplitst in drie perioden waarin “belangrijke gebeurtenissen en cruciale momenten” centraal staan. Van de eerste gasvondst in 1959 tot de eerste aardbeving in 1986 (Assen); van 1986 tot de zware aardbeving in Huizinge in 2012; en de periode na 2012, waarin de afbouw van de gaswinning plaatsvond. De commissie zal in het bijzonder aandacht besteden aan besluiten naar aanleiding van specifieke momenten (aardbevingen, adviezen of rapporten) in de genoemde periodes. De commissie “wil weten hoe de besluitvorming op deze cruciale momenten is verlopen en hoe hierbij is omgegaan met de belangen van Groningers. We willen verklarend inzicht krijgen om een oordeel te kunnen vormen en lessen te kunnen trekken. Daarmee willen we bijdragen aan perspectief voor Groningen en de ontwikkeling van toekomstig beleid.”

 

In 2020 schrijft het presidium dat er in elk geval aandacht moet worden geschonken aan de oorspronkelijke afspraken met private partijen die hebben geleid tot de oprichting van het zogenoemde Gasgebouw. Ook dient er te worden gezocht naar een antwoord op de vraag hoe het kan dat de gaswinning in 2013 na de beving van Huizinge is opgeschroefd. Verder zijn van belang: de schade-afhandeling, de inzet van de aardgasbaten en de effecten van de aardbevingen op de veiligheid, gezondheid en het welzijn van Groningers. “Het onderzoek moet zich niet alleen richten op de rol van het kabinet, maar ook op de rol van het parlement, de rol van decentrale overheden, de rol van private partijen zoals onder meer de NAM, EBN, Shell en Exxon en de rol van partijen die adviezen hebben uitgebracht, zoals het Staatstoezicht op de Mijnen, het KNMI en de Mijnraad”, schrijft het presidium verder. “De commissie EZK raadt aan om na te gaan wat er gedaan is met uitgebrachte adviezen van deze partijen en het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De commissie vindt het ook raadzaam in de parlementaire enquête de rol van binnenlandse en buitenlandse contracten rond gaslevering te beschouwen; dit in relatie tot de prognoses en afspraken rond de jaarlijks te winnen hoeveelheid aardgas.”

 

5 hoofdvragen parlementaire enquête:

  1. Wat is op hoofdlijnen in de periode 1959-2021 gebeurd met betrekking tot de aardgaswinning in Groningen en de bijbehorende risico’s? Wat zijn mijlpalen en cruciale momenten in de geschiedenis van de Groningse aardgaswinning en waarom? Welke kennis was op welk moment bij wie beschikbaar?
  2. Hoe functioneert het Gasgebouw? Welke partijen zijn betrokken binnen het Gasgebouw en welke belangen en afwegingen spelen een rol? Welke besluiten zijn genomen? Welke afspraken zijn gemaakt en hoe zijn deze in de tijd veranderd?
  3. Welke besluiten nam het kabinet over de aardgaswinning in Groningen? Hoe kwamen die besluiten tot stand, hoe is de Tweede Kamer geïnformeerd en op welke momenten had de Tweede Kamer invloed op de besluitvorming?
  4. Wat waren de rollen in de besluitvorming van kabinet, Tweede Kamer, private partijen, decentrale overheden en lokale actoren en wat waren de gevolgen van hun handelen voor de Groningers? Op welke manier zijn de Groningers betrokken bij de besluitvorming, welke rol hadden zij en hoe is rekening gehouden met hun belangen?
  5. Welke lessen kunnen uit de analyse van de Groningse aardgaswinning worden getrokken?

 

De openbare verhoren
Tijdens de eerste verhoorweek die van 27 juni tot 1 juli loopt is onder anderen oud-minister van Economische Zaken Annemarie Jorritsma opgeroepen. Ook worden diverse voormalige medewerkers van de NAM, Shell en Gasunie verhoord, zo blijkt uit de agenda voor de eerste verhoorweek. De week begint en eindigt met gesprekken met gedupeerden. De enquête wordt afgetrapt door Herman de Muinck, hij was er als tienjarig jongetje getuigen van toen er in 1959 voor het eerst gas werd gewonnen op het land van boer Boon in Kolham. Afgelopen week legde voorzitter Tom van der Lee tijdens een persconferentie uit dat de eerste week vooral is bedoeld om een globaal beeld te geven van de problematiek. In de zes daaropvolgende verhoorweken wordt deze problematiek uitgediept. Op maandag 29 augustus worden de gesprekken weer voortgezet, in twee blokken van drie weken. In de week van Prinsjesdag hebben er geen openbare verhoren plaats. Het is nog onbekend wie er verder wordt opgeroepen om voor de commissie te verschijnen. De agenda wordt telkens op de vrijdag voorafgaand aan de daaropvolgende verhoorweek bekendgemaakt.

 

De parlementaire enquêtecommissie bestaat uit de Peter Kwint (SP), Stieneke van der Graaf (ChristenUnie), Judith Tielen (VVD), Anne Kuik (CDA), Barbara Kathmann (PvdA), Hülya Kat (D66) en heeft Tom van der Lee (GroenLinks) als voorzitter. Meer weten over de parlementaire enquête of hulp nodig met het volgen van de verhoren? Neem dan contact op met parlementaire.enquete@publiekezaken.eu.

Geschreven door:

Verder lezen